Bachcantates
Programma
Josef Gabriel Rheinberger | Abendlied
Johann Sebastian Bach | Cantate BWV 131 – Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir
Georg Philipp Telemann | Concerto in A majeur – TWV 53
Johann Sebastian Bach | Cantate BWV 180 – Schmücke dich, o liebe Seele
Toelichting
De herfst is bij uitstek een seizoen voor muziek die verstilling én verdieping brengt. In dit najaarsconcert vullen vier bijzondere werken elkaar op verrassende wijze aan: van de serene klanken van Rheinberger tot de vroege, indringende Bach en de sprankelende barok van Telemann.
Josef Gabriel Rheinberger | Abendlied
Het geliefde Abendlied van Josef Gabriel Rheinberger (1839–1901) is een kort motet voor koor a capella. Het ontstond al in 1855, toen Rheinberger nog maar zestien jaar oud was. De tekst, ‘Bleib bei uns, denn es will Abend werden’, komt uit het evangelie van Lucas en vraagt om nabijheid wanneer de dag ten einde loopt. Zonder instrumentale begeleiding ontvouwt zich een warme, transparante koorklank. Juist de eenvoud en verstilling maken dit werk tot een prachtige muzikale opening.
Johann Sebastian Bach | Cantate BWV 131
Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir is een van Bachs vroegste bewaard gebleven cantates. Het werk ontstond rond 1707 in Mühlhausen en is gebaseerd op Psalm 130: ‘Uit de diepte roep ik tot U, Heer.’ De muziek is intens en indringend: de menselijke nood en het verlangen naar vergeving staan centraal, maar gaandeweg klinkt ook het vertrouwen op Gods genade.
Georg Philipp Telemann | Concerto in A majeur – TWV 53
Een heel andere sfeer brengt het concerto van Georg Philipp Telemann. Het maakt deel uit van zijn beroemde Tafelmusik uit 1733. In dit concerto gaan fluit, viool en cello een levendige dialoog aan met de strijkers en het continuo. De vier delen – Largo, Allegro, Grazioso en Allegro – laten Telemanns veelzijdigheid horen: van lyrische rust tot elegante beweeglijkheid en virtuoze speelsheid. Het werk zorgt daarmee voor een sprankelende instrumentale afwisseling tussen de vocale werken.
Johann Sebastian Bach | Cantate BWV 180
Schmücke dich, o liebe Seele werd in 1724 in Leipzig geschreven. Het werk behoort tot Bachs beroemde tweede cantatejaargang en is gebaseerd op het gelijknamige kerklied van Johann Franck. Centraal staat de uitnodiging aan de gelovige om zich innerlijk voor te bereiden op de ontmoeting met God. Het openingskoor is feestelijk en rijk van klank, terwijl in de aria’s en recitatieven ruimte is voor persoonlijke bezinning. Bijzonder is de rol van de fluit, die in verschillende delen een virtuoze en expressieve bijdrage levert. Zo verenigt deze cantate feestelijkheid, intimiteit en geestelijke verdieping.
Een programma dat gaandeweg verschillende kleuren krijgt: van verstilling en menselijke diepgang tot sprankelende beweeglijkheid, feestelijkheid en bezinning.
Uitvoerenden
Muzikale leiding: Bernhard Touwen
Concertmeester: Evelyn Tjon-En-Fa
Koor: Bachcantates Tilburg
Sopraan: Karin Dijkstra
Alt: Irene Verburg
Tenor: Oscar Sajous
Bas: Joris van Baar
Viool: Evelyn Tjon-En-Fa
Cello: Marieke Langkamp
Fluit: Willemijn van Baar
Orkest
1e viool: Bo van den Abbeelen, Dieuwke de Vries
2e viool: Titia Bouman, Esther Papma, Monique Greefkes
Altviool: Susannah Nieuwenhuizen, Huub Beckers
Cello: Marieke Langkamp
Contrabas: Nino Bos
Hobo: Mirella Overbeek, Adrie van Beurden
Fagot: Silvia Schildkamp
Blokfluit: Maartje van de Boom, Annemiek Vogels
Orgel: Rob Nederlof




